Vogels met GPS-rugzakje

Meeuw met GPS-rugzakje 

Meeuw met GPS-rugzakje [NIOZ]

Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) hebben een ‘GPS-rugzakje' ontwikkeld waarmee vogels tot op het kleinste detail gevolgd kunnen worden. Het is voor het eerst dat een dergelijk systeem met zo'n hoog detailniveau de gehele trekweg en dagelijkse activiteiten van vogels laat zien.

Het UvA-trackingsysteem biedt ongekende mogelijkheden om het gedrag van dieren te bestuderen en daarbij waardevolle fundamentele wetenschappelijke kennis op te doen, die duidelijke praktische toepassingen heeft. Zo wordt de kennis over vliegbewegingen van vogels nu al gebruikt voor het vergroten van de veiligheid van militaire luchtvaart door vogelaanvaringen te voorkomen. Daarnaast valt te denken aan toepassingen m.b.t. commerciële luchtvaart, bescherming van bedreigde soorten, ecologisch onderzoek, natuurbeheer, onderzoek naar door vogels overgebrachte ziektes zoals het H5N1-vogelgriepvirus en het analyseren van de risico's voor vogels bij het aanleggen van windmolenparken in zee.

Ontwikkeling GPS-systeem

De UvA-onderzoekers ontwikkelden zogeheten GPS-loggers bestaande uit een piepklein GPS-systeem, die 3D GPS-posities bepaalt, gecombineerd met een opslagmedium en een zender/ontvangertje. Dit wordt gevoed door een klein zonnepaneel. Bij elkaar weegt het systeem slechts 14 gram waardoor het zonder al te veel hinder op de rug van een vogel gebonden kan worden. Daardoor kan steeds nauwkeurig hun positie en vleugelslagfrequenties, de omgevingstemperatuur en de luchtdruk vastgelegd worden, tijdens hun bewegingen over zowel korte als lange afstanden. Het meetprogramma van de GPS-logger kan via een draadloze verbinding worden aangepast en de gegevens kunnen worden uitgelezen, zonder dat de vogel daarvoor gevangen hoeft te worden.

GPS-meeuwen-bouten-liggend 

Vogeltrek te volgen via het GPS-systeem.

Kleine mantelmeeuwen

Voor het onderzoek zijn wilde kleine mantelmeeuwen op Texel voorzien van rugzakjes met GPS-loggers. De vogels vertrokken in de zomer van 2008 en in april 2009 keerden ze in Nederland terug, met hun high-tech rugzakjes vol informatie over hun trekgedrag. Kleine mantelmeeuwen zijn zeevogels die het voorjaar en de zomer in Nederland doorbrengen maar overwinteren in Zuid-Europa. Hoewel al eerder onderzoek gedaan is naar het trekgedrag van dit soort vogels, was het tot nu toe niet haalbaar om vogelbewegingen met zo veel detail te registreren dat inzicht verkregen kon worden in hun gedrag, bijvoorbeeld bij het zoeken naar voedsel.

In detail volgen van een compleet seizoen

Bij de broedkolonie laten de GPS-loggers om de seconde zien waar en wanneer de vogels vissersboten volgen, voedsel zoeken, of zich simpelweg op de zeestroming laten meevoeren. Dit is een detailniveau dat tot nu toe onbereikbaar was. De GPS-loggers geven aan dat er grote verschillen zijn in de manier waarop individuele vogels naar voedsel zoeken en dat de vogels uren en soms dagen op zee doorbrengen, weg van hun broedkolonie. Tijdens de trek en in de winter hebben ze verschillende pleisterplaatsen. Het dak van de Renaultfabriek in Douai bleek een populaire overnachtingplaats om van daaruit voedsel te zoeken in omliggende akkers. Dit is opmerkelijk voor vogels die vanuit hun broedkolonie vooral op zee hun eten zoeken. In Spanje waren rijstvelden en stortplaatsen favoriet, terwijl ze alleen op de terugweg naar Nederland gingen vissen in de Golf van Biskaje.

[Bron: Persbericht UvA]

Ooievaars en termiek

Rond het ooievaarsstation in Gorssel gebruikt Sovon samen met Vogelbescherming het GPS-systeem van de UvA om het foerageergebied van drie ooievaars gedetailleerd in kaart te brengen. Van begin april tot hun vertrek in half juli is overdag gemiddeld elke twee minuten vastgelegd waar ze hun voedsel vandaan halen. De UvA gebruikt dezelfde gegevens om het vlieggedrag in thermiek te bestuderen.

Ooievaar en thermiek

16 minuten uit het leven van een ooievaar

De ooievaar in de afbeelding hierboven heeft eerst tweeënhalf uur op een versgeploegde akker rondgelopen (A), zoekend naar eten. Vervolgens gaat hij terug naar zijn nest (B). Klapwieken wil hij niet. Daarom zoekt hij thermiek op. Het is een zonnige dag. Boven de spoorlijn met donkere keien maakt hij een goede kans (C). Maar helaas, er staat wind en de thermiekbel boven de spoorbaan verwaait bij zo'n honderd meter hoogte (D): te laag om naar huis te zweven. Daarom zoekt hij verder en vindt hij uiteindelijk boven het bos (E) een hogere thermiekkolom. Daarmee stijgt hij tot ruim driehonderd meter (F) zodat hij zonder te klapwieken, zwevend thuis kan komen. Maar hij heeft zich verrekend. Hij komt te hoog uit en maakt nog een extra rondje (G) om te kunnen landen op het nest. Dergelijke gegevens zijn uniek, en van groot belang om de ecologie van ooievaars te kunnen begrijpen.

[Bron: GISmagazine]

Zie ook nu.nl : Grutto vliegt in één ruk naar West-Afrika.

TREMANI © 2012 Contact