Tsunami waarschuwingssysteem
Tsunami's zijn lange golven, die (vaak) door aardbevingen in de oceaanbodem ontstaan. Indien zo'n lange (lage) golf bij de kust aankomt, zal de golf worden afgeremd en de hoogte ingaan. Tsunami's kunnen op deze wijze voor grote overstromingen zorgen.
Satellietdata kan de tsunami niet alleen in kaart brengen (achteraf), maar ook gebruikt worden voor een tsunami-waarschuwingssyteem. Metingen, die nu gebruikt worden voor het monitoren van tsunami's zijn:
- GPS-ontvangers op land: de aardbeving, die voor de tsunami verantwoordelijk is, zorgt ook voor verplaatsingen op het land, hetgeen met GPS gemeten kan worden.
- Seismografen: met een netwerk van seismografen kan de positie en kracht van de aardbeving vastgesteld worden. Het is vaak moeilijk om te bepalen hoe groot de tsunami gaat worden.
- GPS-ontvangers op zee (boeien): de lange golven zijn door hun karakter te onderscheiden van de normale golven op een ruwe zee.
- Ocean Bottom Pressure: op de bodem zijn sensoren ingericht, die drukverschillen (door het extra water) nauwkeurig kunnen meten.
- Satelliet-altimeters: De hoogte van het zeeoppervlak kan met altimetrie-metingen worden ingemeten. Zo kan achteraf (na verwerking) de tsunami gevolgd worden over het oceaanoppervlak, hetgeen extra informatie verschaft over het gedrag van een tsunami-golf.
- Zwaartekrachtsmissies: De aardbeving zorgt voor massaverandering binnenin de aarde, hetgeen met zwaartekrachtsmissies (b.v. GRACE) te meten is.
- Communicatiesatellieten: Voor een real-time waarschuwingssysteem is het nodig om snel de data te verzamelen, te verwerken en de waarschuwing te verkondigen. Hiervoor zijn communicatiesatellieten essentieel.

GITEWS waarschuwingssyteem voor Indonesië.
Wederopbouw tsunami 2004
Direct na de verwoestende tsunami op 26 december 2004 kwamen overheden en hulporganisaties in actie voor noodhulp. Wereldwijd werd geld ingezameld voor directe en structurele hulp. De Nederlandse Rekenkamer had als taak om de bestedingen van in Nederland ingezameld geld te controleren. Hierbij zijn onder andere GIS en aardobservatietechnieken ingezet. Remote sensing beelden zijn gebruikt om de schade als gevolg van de tsunami in te schatten en te localiseren. Bovendien werden dergelijke beelden gebruikt om de bestedingen van de hulpfondsen te controleren. De beschikbaarheid van satellietdata werd gestimuleerd door de International Charter "Space and Major Disasters" en de GMES service RESPOND om waar nodig en mogelijk bij rampen ondersteuning te leveren met behulp van GIS, kaarten, aardobservatie en plaatsbepaling. Zo kon worden vastgesteld of nieuwe gebouwen zich op meer dan 2 km afstand van de kustlijn bevinden (Indonesië).