Gegevens van het Ozone Monitoring Instrument (OMI) bevestigen metingen met grondstation in half maart die laten zien dat de ozon met 40% is afgenomen sinds het begin van de winter, aldus de World Meteorological Organization. OMI is een Fins-Nederlands spectrometer aan boord van de NASA satelliet Aura en meet de hoeveelheid zonlicht verstrooid door de atmosfeer en aardoppervlak. Hierdoor kunnen wetenschappers bepalen hoeveel ozon zich op verschillende hoogten in de atmosfeer bevindt, met name in de stratosfeer. Ozon in de stratosfeer vormt een natuurlijke bescherming tegen schadelijke UV-straling. Teveel UV-straling veroorzaakt bij mensen zonnebrand, huidkanker en grauwe staar en beschadigt vegetatie en het mariene leven.

Het gebied met verminderd ozon boven de Noordpool was goed waarneembaar in de waarnemingen van het Fins-Nederlandse Ozone Monitoring Instrument OMI. De afbeelding toont de hoeveelheid ozon gemiddeld over de maand maart [Bron: KNMI].
Ondanks het succes van de 1987 Montreal Protocol om de productie en consumptie van ozonafbrekende stoffen zoals CFKs te verminderen is er deze winter toch een forse afname van de ozonlaag in het noordpoolgebied waargenomen. De ozonafbraak door stoffen zoals CFKs wordt versneld bij hele koude temperaturen. Deze winter was het in het Noordpoolgebied aan de grond weliswaar iets warmer dan normaal, maar in de stratosfeer was het juist een erg koude winter. Sterke winden rond het poolgebied zorgden ervoor dat de lucht in de stratosfeer boven de Noordpool zich niet kon mengen met warmere lucht uit lager breedtegraden, waardoor de lucht daar kouder dan normaal werd. De stratosfeer is een belangrijke laag in de atmosfeer en 90% van de ozon bevindt zich in deze laag.
Deze beelden, afkomstig van de Ozone Monitoring Instrument (OMI) op NASA's Aura satelliet, tonen ozon concentraties boven de Noordpool. Het linkerbeeld toont 19 maart 2010, het rechterbeeld toont 19 maart in 2011. Maart 2010 had relatief hoge ozon concentraties, terwijl maart 2011 juist lage niveaus heeft [NASA].
Op een mondiale schaal hersteld de ozonlaag zich wel, maar langzaam doordat deze stoffen nog tientallen jaren in het milieu blijven. Dankzij de 1987 Montreal Protocol wordt er voorzien dat het deel van de ozonlaag buiten de poolgebieden zich tussen 2030 en 2040 herstelt tot het niveau van vóór 1980. Boven de Zuidpool wordt er verwacht dat de ozonlaag zich tussen 2045 en 2060 herstelt en boven de Noordpool zal dit waarschijnlijk zo’n tien tot twintig jaar eerder plaatsvinden.
Naast het Ozone Monitoring Instrument leveren het Nederlandse Sciamachy instrument aan boord van ESA’s Envisat satelliet samen met MIPAS en GOMOS ook unieke informatie over ozon. Deze informatie is belangrijk om chemische en dynamische veranderingen te onderscheiden en de invloed van klimaatverandering op de stratosfeer te bepalen. Het is daarom van belang dat deze instrumenten zo lang mogelijk waarnemingen blijven doen.
[Bron: SpaceDaily, NASA]
