Pinguins tellen

Britse wetenschappers hebben een nieuwe manier bedacht om kolonies van de keizerspinguïn te lokaliseren. Ze kijken vanuit de ruimte naar de poepvlekken die de vogels achterlaten op het Antarctische ijs. Deze methode staat beschreven in het vakblad Global Ecology and Biogeography. Toen de onderzoekers met de satelliet hun bases op Antarctica in kaart brachten ontdekten ze het achtergelaten bewijs. Eenmaal door de poep op het spoor gezet, konden zij 38 kolonies terugvinden op de beelden van zo’n 90 procent van de Antarctische kust. Tien daarvan waren nog onbekend, en zes van die kolonies bleken een eind te zijn verhuisd.

Keizerpinguïn kolonies op de Zuidpool [British Antarctic Survey]

De Britten konden 90 procent van de Antarctische kust afspeuren dankzij de satellietbeelden van LIMA (Landsat Image Mosaic of Antarctica, een project van de Amerikaanse geo-dienst USGS), een aaneengesloten, wolkenvrije mozaïek van satellietbeelden van Antarctica genomen tussen 1999 en 2004. Hiermee is het voor het eerst mogelijk om alle kolonies op het continent te lokaliseren. Keizerpinguïns brengen grote delen van hun leven door in de zee en tijdens de winter, wanneer temperaturen beneden de 50 graden Celsius zakken, keren ze terug naar hun kolonies om op het zeeijs te broeden. Dit maak het voor onderzoekers moeilijk om de pinguïns te volgen, met als gevolg dat eerdere kennis over aantallen en verspreiding van kolonies van de keizerpinguïn slecht waren.

De keizerpinguïn is de enige soort pinguïn die op het zee-ijs broedt, en terwijl het ijs dat op land gevormd wordt kan verkleuren door onzuiverheden zoals opeenhoping van gletsjerpuin, wordt het zee-ijs alleen uit zeewater gevormd en bevat geen verontreinigingen. De zwarte en witte kleuren van de keizer pinguïns maakt ze opgaan in de schaduwen op witte zee-ijs, zodat ze praktisch onzichtbaar zijn op lage resolutie satellietbeelden. Toch kunnen deze satellietbeelden gebruikt worden om de guano (zeevogelpoep) van grote groepen pinguïns op te sporen, die het zee-ijs lichtbruin kleuren.

 

Satellietbeelden van wit zeeijs op de Zuidpool met bruine vlekken van pinguïnpoep [British Antarctica Survey]

Het is belangrijk dat de beelden afkomstig zijn van het juiste moment van het jaar als de broedkolonies zich in januari en februari verspreiden. De guanovlekken op de satellietbeelden geven de locaties aan waar kolonies zijn, maar de grootte van de vlek kan niet worden gebruikt om de omvang van de kolonie te bepalen. De gebruikte foto's zijn genomen op verschillende tijdstippen van het jaar - in de winter zal de kolonie bijeen kruipen voor warmte, maar in het voorjaar nadat de kuikens zijn uitgekomen, zullen zij zich beginnen te spreiden en zullen de vlekken gezien op de satellietbeelden groter worden. De onderzoekers constateerden dat zij kleinere kolonies van minder dan 500 paren keizerpinguïns niet kon opsporen met de satellietbeelden.

Het vinden van de kolonies is slechts de eerste stap op weg naar een nauwkeurige telling van keizerpinguïns. In vervolgstudies zullen wetenschappers gebruik maken van andere technieken, met inbegrip van hoge resolutie satellietbeelden, om het aantal pinguïns te tellen in elk van de 38 kolonies. De verzamelde gegevens zullen worden gebruikt voor het monitoren en voorspellen van toekomstige demografische veranderingen. Kennis over hun locatie en aantallen vormt de basis voor onderzoek naar de effecten van de klimaatverandering op deze dieren.

TREMANI © 2012 Contact