Een Passive MicroWave (PMW) radiometer maakt een beeld van de aarde (land, zee, atmosfeer, cryosfeer) in het microgolven bereik. Dit doet zij door slechts straling te ontvangen, zonder deze zelf uit te zenden (in tegenstelling tot radar).
Een dergelijke radiometer ontvangt meestal in een aantal gebruikelijke kanalen, te weten:
- 1.4 GHz : Zoutheidsgehalte (SSS)
- 6.6 - 10.7 GHz : Zeetemperatuur (SST) ; regen
- 18.7 - 19.4 GHz : Vloeibaar water in atmosfeer; zeeijs
- 21.0 - 23.8 GHz : Waterdamp
- 36.5 - 37.0 GHz : Vloeibaar water in atmosfeer; soorten zeeijs
- 50.0 - 60.0 GHz : Temperatuur van de atmosfeer
- 85.5 - 89.0 GHz : IJsdeeltjes in de wolken (regen) ; zeeijs
- 150.0 GHz : Waterdamp
- 183.3 GHz : Waterdamp
Er zijn tal van toepassingen van PMW. De meest gebruikte toepassingen bevinden zich in de meteorologie (herkennen van regenwolken) en de oceanografie (temperatuur en zoutgehalte oceanen).
Er wordt doorgaans eens spiegel gebruikt om de sensor binnen een swath van 500-1500 km te laten scannen. Dit levert resoluties op van 15-300 km. De spiegel wordt bovendien gebruikt voor calibratie van het instrument door te kijken naar de ruimte (2.7 K) alswel een hete referentie op het instrument zelf.
Radio Frequency Interference (RFI)
De ontvangst van de radiometer kan verstoord worden door bronnen, die op eenzelfde frequentie uitzenden. Dit kan veroorzaakt worden door weerkaatsing van signalen van (geostationaire) communicatiesatellieten of door een stoorzender op het land. Een dergelijke verstoring wordt Radio Frequency Interference (RFI) genoemd. In Nederland blijkt er een dergelijke stoorbron uit te zenden, die rond 6.9 GHz uitzendt en derhalve de metingen van de zeetemperatuur lokaal beïnvloedt.