Nederland innovatief waterland
‘Via satellietbeelden, vanuit vliegtuigen en met sensoren in de dijk zullen we steeds beter kunnen bepalen hoe een dijk eraan toe is’, voorspelt Corné Nijburg, secretaris Deltatechnologie van het Netherlands Water Partnership (NWP). ‘Als we vanuit de ruimte zien dat een dijk verzakt, dan kunnen we gericht gaan controleren en eventueel repareren. Daarmee kunnen bijvoorbeeld de waterschappen effectiever hun veiligheidstaak uitvoeren.’
Het NWP brengt de binnen de watersector opererende kenniscentra, bedrijfsleven en overheden bij elkaar en vertegenwoordigt de Nederlandse belangen in het buitenland. En juist in de remote sensing ziet Nijburg veel samenkomen wat Nederland tot innovatief waterland maakt: ‘Het gaat op zich om bestaande technieken als radar en infrarood, maar we lopen ver voorop in het combineren, analyseren en beschikbaar maken van de data. Van Vietnam tot Bangladesh en de Verenigde Staten, overal hebben ze behoefte aan betrouwbare informatie over de waterkeringen.’
Satellietdata
Zo leest de in Delft gevestigde start-up Hansje Brinker satellietdata uit en maakt deze via ingewikkelde software behapbaar voor dijkbeheerders en andere geïnteresseerden. Deze spin-off van de plaatselijke TU richt zich in eerste instantie op waterkeringbeheer in Nederland en Californië. ‘Maar we zitten nu in een hightech groeifase waarin de dienst wereldwijd wordt uitgerold’, aldus medewerker Mathijs Schouten. ‘We verwerken radarbeelden die we van een bepaalde dijk met satellieten hebben laten maken. Vaak combineren we deze data met oude gegevens, zodat we in de tijd terug kunnen kijken. Na bewerking kan de beheerder via onze interface tot op de millimeter op zijn computer zien waar de scheuren en de verzakkingen zitten.’
Via een link op internet geeft Schouten inzicht in gecomputeriseerde scans van de Houtribdijk en de haven van Rotterdam. Hij wijst op een lange rij gele, groene en rode stipjes langs en over de keringen. ‘Groen is oké, een gele stip betekent licht verzakt en een rode stip staat voor een verzakking van minstens een halve centimeter per jaar’, legt hij uit. ‘Onze software is ingewikkeld, maar de data zijn vervolgens eenvoudig af te lezen.’

Op radarsatellietdata gebaseerde metingen van bodembeweging op de Hondsbossche Zeewering [credits: Hansje Brinker]
GMES
Belangrijke doorbraak in het op afstand bewaken van de dijken is het vrijgeven van Europese databanken met gegevens van satellietbeelden en van grondstations. De data worden vergaard en beheerd door het EU-programma Global Monitoring for Environment and Security (GMES). Nederland speelt hierin een rol via bedrijfsleven, kennisinstellingen en het Netherlands Space Office. ‘Nederland heeft in Europa altijd aangedrongen op het gratis beschikbaar stellen van satellietbeelden voor wetenschappelijke en maatschappelijke toepassingen’, zegt Ruud Grim, adviseur operationeel gebruik bij NSO. Vanaf 2013 heeft het GMES-programma vijf satellieten in een baan, en garandeert daarmee een continue datastroom.
Grondsensoren
Behalve met beelden uit de ruimte kan de staat van onderhoud van een dijk ook via ingebouwde sensoren worden gemonitord. Bij het Groningse Bellingwolde loopt sinds enige jaren het project IJkdijk. Hier worden proefdijken gebouwd en volgestopt met meetapparatuur. Deze dijken liggen langs een bassin, dat met water kan worden gevuld, waarna een ‘gecontroleerde dijkdoorbraak’ volgt. In en aan de dijk meten onderzoekers constant temperatuur, vocht, verschuiving en andere relevante gegevens. ‘Het gedrag van de dijk wordt constant geanalyseerd’, aldus directeur Wouter Zomer. ‘We konden bij een grote proefdoorbraak in 2009 al twee dagen van tevoren zien waar en hoe de dijk het zou begeven’.
In combinatie met sensormetingen in de dijk (puntmetingen) en video/infraroodvluchten met vliegtuigen (vlakmetingen) leveren de radarbeelden uit de ruimte een totaalbeeld op van de te monitoren dijk. De ruimteopnames brengen vooral langzame veranderingen in de dijk goed in beeld.
Effectiever, efficiënter en veiliger
Wat levert het plaatsten van de dure sensoren en het uitlezen op afstand nu precies op? Zowel Schouten als Nijburg is stellig in het antwoord: het is effectiever, mensen kunnen efficiënter worden ingezet en het is veiliger omdat beter te voorspellen is hoe de sterkte van een dijk zich ontwikkelt. Grootste kostenbesparing zit volgens hen in het tegengaan van ‘overdimensionering’. Meten is weten: op basis van de cockpitgegevens kan worden besloten dat een dijk soms minder hoeft te worden versterkt of opgehoogd dan eerst gedacht. Nederland kent 17.000 km dijken en keringen, dus onnodig werk vermijden levert al snel veel geld op.
Groene, gele en rode stippen, grafieken en lijndiagrammen. Dat zijn dus de parameters waar een moderne dijkbewaker aan afleest of de dijk nog veilig genoeg is. Waterbeheerders zijn enthousiast. Tegelijkertijd staat vast dat Nederland nooit zonder menselijke dijkschouwers zal kunnen. ‘We zullen natuurlijk altijd moeten blijven inspecteren’, aldus Zomer.
Bron: Financieel Dagblad
Metingen van bodembeweging op de Lauwersmeerdijk [Hansje Brinker]
