Bliksemfrequentie

Tot nog toe construeerden onderzoekers bliksemkaarten met detectoren op het aardoppervlak die radiostraling meten. Deze metingen zijn vrij nauwkeurig, maar erg lokaal. Oceanen en dun bevolkte gebieden vallen meestal buiten het bereik. Metingen vanuit de ruimte maken een wereldwijd overzicht mogelijk.

Dit is mogelijk met de Lightning Imaging Sensor instrument (LIS) aan boord van de Tropical Rainfall Measuring Mission satelliet (TRMM)  van de NASA, en met de Optical Transient Detector (OTD), de voorloper van de LIS. Data van de LIS wordt gebruikt om fenomenen op mesoschaal te bestuderen, zoals het karakteriseren van wolken, bestudering van de waterkringloop, storm convectie, microfysica en dynamica, seizoensvariatie en jaarvariatie van onweersbuien.

De OTD en LIS zijn beide optische sensoren die met licht met een golflengte van rond de 777 nanometer werken. Deze golflengte ligt in het infrarood gebied, waardoor de detectoren ook bij daglicht kunnen meten. De sensoren meten de snelle veranderingen van deze straling in de bewolking, veroorzaakt door bliksemflitsen.

Opvallend is dat het aantal inslagen boven oceanen over het algemeen een stuk lager is dan boven land. Bliksems boven de poolgebieden zijn een zeldzaamheid. De ‘hotspot’ voor bliksemontladingen in het midden van Afrika is op de bliksemkaart duidelijk zichtbaar. In dit gebied komen onweersbuien gedurende het hele jaar voor. Dit komt doordat de lucht vanaf de Atlantische Oceaan het land in stroomt. Bij de bergen in Centraal Afrika moet de vochtige lucht opstijgen en daar ontstaan de buien. Een ander bliksemrijk gebied is de Himalaya. Hier gebeurt eigenlijk hetzelfde, maar dan met lucht uit de Indische Oceaan. Daarentegen komen er op de Noord- en Zuidpool nauwelijks bliksems voor.

De satellieten brengen ook seizoensveranderingen in beeld. Zo komen bliksems op het noordelijk halfrond in de zomer vaker voor dan in de winter. In de gebieden rond de evenaar komen bliksems juist meer in de herfst en de lente voor. Dit hangt vooral samen met de zonshoogte in elk seizoen: hoe hoger de zon aan de hemel staat, des te groter de kans dat een onweersbui ontstaat.

De dichtheid van bliksemontladingen over de hele wereld in kaart gebracht met de OTD en LIS [NASA]. De meeste bliksemontladingen komen voor in Centraal-Afrika, terwijl de polen door de bliksem nagenoeg worden ontzien.

In onwikkeling zijn de Lightning Imager (ESA/EUMETSAT) die in 2015 met de Meteosat Third Generation (MTG) mee zal gaan, en de GEO Lightning Mapper (NOAA/NASA) aan boord van de serie GOES-R satellieten, gepland in 2015.
TREMANI © 2012 Contact